NatuurijsZweden - Blog

NatuurijsZweden - Blog

Rare jongens, die Zweden

ReisverslagenPosted by Wichert van Engelen Mon, January 23, 2017 16:06

‘s Lands wijs, ’s lands eer. Geen betere plek om een land en de bevolking te leren kennen dan in een lokale supermarkt. Daar leer je veel van de plaatselijke gewoontes.

Tijdens mijn recente schaatstrip liep ik dan ook ’s avonds vanaf het hostel aan de Vandrarvägen (de wandelweg) naar de supermarkt een kwartiertje verderop. Lekker koud, een vers pak sneeuw overal.

De Zweden zijn gewend aan buiten wonen. Ook in een stadje als Falun, zijn de meeste tuinhekken gemaakt van dunne boomstammetjes. Vernuftig schuin gezet perken ze het erf af.

De frisse buitenlucht laat mijn adem als een wolk over de foto glijden.

Direct bij binnenkomst van de supermarkt valt natuurlijk het meest voor de hand liggende aan Zweden op: Knäckebröd.

In (hele) grote verpakkingen en helemaal droog, zodat je het maandenlang goed kunt houden. Handig als je in een buitenplaats ingesneeuwd raakt. Het overkomt de gemiddelde Zweed eigenlijk nooit meer, maar het knäckebröd is gebleven.

Dat het in grote verpakkingen moet, blijkt ook wel uit de ‘Goudse’ kaas.

Nu zijn de blokken kaas in Nederland ook stevig, maar hier is elke pretentie dat de kaas ooit onderdeel geweest is van een ronde - op een plank te drogen liggende – kaas, voorgoed weggelaten. Dit zijn echt hompen kaas.

Zoetekauwen zijn de Zweden ook wel. Bij de koffie komt er vaak een koekje of gebakje op tafel. En als de Zweed die zelf gaat bakken (ingesneeuwd!), dan ook maar gelijk in het groot. De margarine om de traditionele kaneelbolussen mee te bakken, gaat dan ook in stevige porties tegelijk.

(De boter en de margarine voor op tafel gaan trouwens ook in 500 grams verpakkingen. Twee maal zo groot als in Nederland).

En niet alleen voor zichzelf denken de Zweden groot. De winters zijn lang, en ook de koolmezen raken gedurende langere periodes ingesneeuwd. Je zorgt daarom als Zweed dan ook dat je een paar vetbollen in huis hebt. En het vogelvoer voor de koolmezen koop je gelijk maar in een grote zak: 20 kilo tegelijk (gewoon in de supermarkt).


Maar dan komen we bij een gewoonte die normaal gesproken als rariteit bij Nederlanders wordt genoemd: het prakken van je eten. Nederlanders zijn berucht om hun stamppotten: alles bij elkaar en volledig fijngestampt.

De Zweden doen het iets subtieler, maar de combinaties zijn vervolgens des te vreemder. Kaas kun je fijnmalen tot het een pasta is (bijvoorbeeld zoals onze smeerkazen). De Zweden hebben dergelijke smeerkazen in handige tubes gestopt. Dan kun je zonder enig bestek vies te maken, je knäckebröd beleggen met kaas.

En dat je vervolgens kleine kaviaarbolletjes tot smeer-kaviaar kunt verwerken is nog enigzins te begrijpen. Maar ham/kaas smeersel; blauwschimmelkaas-smeersel; groene paprika-smeersel? Of kreeft-smeersel? De Zweden zijn er dol op: schappen vol.

Misschien is het niet helemaal eerlijk; ik ben zelf een zoetekauw. Gelukkig zijn de Zweden ook dol op zoetigheid. Hun chocolade-koekjes zijn niet een beetje populair; ze zijn niet aan te slepen.


De licht-alcoholische cider staat in Zweden opvallend vaker in het schap. En de variant met aardbei, en vooral de variant met peer is niet te versmaden.


Maar de lekkerste Zweedse specialiteit is bosbessensap. Alleen al de schrijfwijze van de naam is zo prachtig Zweeds: blåbärssoppa.

Een smoothie van alleen blauwe bosbessen. Iets dikkig gemaakt door wat toegevoegd zetmeel. Helemaal lekker als ie verwarmd is. Zeker als de blåbärssoppa als zopie (van de koek-en-) op het ijs wordt verkocht: Ik kan haast niet wachten tot mijn volgende schaatsreis.